VroegeVogelsWandeling
knikkergal


knikkergal

Februari 2024
foto: Hans Cornet

Februari 2024, 08.00 uur, De Zilk

Op een druilerige, vroege zondagochtend stonden circa 25 deelnemers klaar voor een wandeling vanaf ingang bij De Zilk. Het was niet koud, het regende licht. In de verte hoorden we de zang van de zanglijster. Eén van de kenmerken - volgens bioloog Jac.P.Thijsse - dat het voorjaar aanstaande is. De gidsen Kees en Huib besloten dit keer met één groep op stap te gaan, richting het noorden.

Allereerst liepen we door de verdorde resten van de adelaarsvaren, met uitleg dat dit een kenmerkende plant is van de kalkarme oude duinen. Vervolgens, na het passeren van de kalkgrens, het verhaal over het belang van de grijze duinen. Open stukjes duin, deels bemost en hier en daar een pol gras. Februari is echt de maand om de diverse mossen eens nauwkeuriger te bekijken, zoveel verschillende tinten groen (en grijs). Remdiermos, duinsterretje, echt zandhaarmos en grijze bischopsmuts zijn de kenmerkende soorten. Met een loep zie je pas goed hoe mooi zo'n mosje is.

Met een loep zie je de schoonheid van een mosje. foto: Hans Cornet

De grijze duinen zoals die langs de Nederlandse kust voorkomen zijn op Europees niveau uniek. Vandaar dat het beheer gericht is op het instandhouden c.q. uitbreiden. Waternet doet dit door stuifkuilen aan te leggen. De specieke kenmerken: stuifduintjes van zand met hier en daar het blond gekleurde helm. Zandzegge dat alles doet om het stuivende zand vast te leggen en buntgras dat die taak vervolgens overneemt. Waar de wind het zand wegblaast, komen schelpen, wortels en stenen bloot te liggen.

De bemoste duinhellingen geven een schitterend palet aan groen/grijze kleuren, met hier en daar plekken oranje van de sporenkapsels. In het doosje worden de sporen van het mos gevormd. Zodra ze rijp zijn, gaat het huikje er af en kunnen de sporen zich verspreiden.
Sporenkapsels van het Echt zandhaarmos. foto: André Dijkstra

Langs het Oosterkanaal kreeg de vlier extra aandacht. De gegroefde schors (een basische ondergrond) van de vlierstruik biedt kansen aan diverse mossen en korstmossen. En natuurlijk ook de Judasoren. Een paddestoel die vooral op dode vliertakken te vinden is. Bij de brug over het Oosterkanaal zaten diverse Beduguaargallen op de wilde roos. Door de regen was er weinig meer over van de doorgaans pluizige gal. De groep ging verder over het Oosterkanaal richting het Vogelenveld.
Verse Judasoren op Vlier langs het Oosterkanaal. foto: Hans Cornet
Op het Vogelenveld wordt duidelijk hoeveel natuuronderzoek en -beheer er door Waternet wordt gedaan. Niet alleen staan er her en der wildcamera's maar ook exclosures: met hekken afgeschermde stukken duingebied om kwetsbare natuur te beschermen tegen overbegrazing door damherten.

Het effect van de overvloedige regenval van de afgelopen maanden was goed zichtbaar. Zo nat hebben we het Vogelenveld in geen tijden gezien. Oude tijden van vochtige duinvalleien lijken te herleven. Het wordt interessant om te volgen of en hoe de vegetatie zich gaat ontwikkelen.
Het Vogelenveld lijkt te veranderen in een Vogelmeer. foto: André Dijkstra


De wandeling ging verder via Schrama, de verbasterde naam voor een 's gravenmade, een stuk weiland dat gepacht werd van de graven van Holland. In het bos lag een omgevallen zomereik, waarschijnlijk slachtoffer van de zomerstorm Poly van 5 juli 2023. Op één van de takken vonden we een knikkergal. Het verhaal over het leven van de galwesp blijft ons verwonderen. Even verder stonden bloeiende sneeuwklokjes, nog overgebleven uit de tijd dat Schrama als bollenteelveld in gebruik was.

Ruim twee uur later arriveerde de groep na een fraaie wandeling tevreden bij de ingang. De totale afstand bedroeg 5 km. Ook de geboren Hillegomse, maar al jaren woonachting in British Columbia (Canada) had genoten.